Sonntag, 13. Dezember 2015

Een verhaal over medisch onrecht 

Op 23 oktober 2000 werd het St. Jans Gasthuis in Weert aansprakelijk gesteld voor de dood van de heer A.  Zondagavond 9 juli 2000 werd de patient binnengebracht met een ''licht infarct''. Na een licht infarct moet de patiënt snel en voorspoedig opknappen, maar dat gebeurde nooit.

Het werd alleen maar slechter. Later bleek het een groot infarct te zijn, wat is bevestigd door een aantal top-cardiologen die door de familie werd geraadpleegd voor een second-opinion van de ECG's. De signalen werden volledig genegeerd door cardioloog H.J. Penn , terwijl ze uitgebreid waren opgeschreven door zijn collega en de verpleging. 

De familie ontving van de directie een incompleet medisch dossier en moest naar de rechter om het restant te vragen. Directeur S. stelde alles in het werk om de documenten binnen te houden. Hij beriep zich op de geheimhoudingsplicht. 

Tegelijkertijd faxte hij diezelfde vertrouwelijke documenten rond alsof het een lieve lust was. Zo faxte hij klinische gegevens naar dezelfde cardiologen die voor de familie de second opinion hadden afgegeven, met het doel ze op andere gedachten te brengen. Dit lukte niet, maar hij pleegde hiermee wel inbreuk op zijn eigen beroepsgeheim.


De week van 9-14 juli 2000
Zondag 9 juli 2000 vlak voor middernacht werd de heer A. met de ambulance de Spoedeisende Hulp binnengebracht met een groot hartinfarct. De dienstdoende cardioloog Penn bleef gewoon thuis.  Het infarct breidde zich uit, pas om 1:30 uur kreeg de patiënt medicijnen (trombolyse), maar die sloegen niet aan. De patiënt kreeg twee keer morfine èn xanax en viel daarna uitgeput in slaap.

 Dr. Remkes, Isala-Klinieken Zwolle

Prof. Dr. Marcel Kornitzer, Antwerpen

Dr. Mens , Almere

Maandagochtend constateerde Penn de problemen, maar ondernam niets. De situatie verslechterde. Tot twee keer toe stuurde hij de doodzieke patiënt die week van de Intensive Care terug naar de verpleegafdeling. De eerste keer merkte longarts Hellebrand de zorgwekkende situatie op. Die kwam dinsdagnacht naar het ziekenhuis en liet de heer A. acuut terugbrengen naar de IC.

Prof. Dr. Crijns, AZM Maastricht

Woensdagochtend lichtte Hellebrand cardioloog Penn in. Woensdagmiddag noteerde deze een vermoeden van ernstig hartfalen (aorta-dissectie), liep vervolgens weg.

Donderdag was de temperatuur inmiddels gestegen tot 39,6º. Penn verdriedubbelde de medicatie, de patiënt lag al vier dagen aan de NTG-pomp (nytroglycerine). Tientallen keren had de heer A. die week zijn klachten aangegeven; pijn op de borst, pijn tussen de schouderbladen, doodmoe, geen eetlust, niet meer slapen en nu kon hij zelfs niet meer liggen, alleen half rechtop zitten.

Toch haalde Penn de patiënt opnieuw weg van de IC, nu zónder telemetrie (hartbewaking), en startte hij zelfs het mobilisatieschema op. De cardioloog werd door het personeel telefonisch attent gemaakt op de situatie maar hij kwam niet meer persoonlijk kijken.

verpleegkundige rapportage 13/7

Op vrijdagochtend 14 juli trof dochter Carla, die in het ziekenhuis werkte, haar vader omstreeks 10:30 uur in levensbedreigende toestand aan, alleen op de kamer, zonder enige vorm van bewaking. Zij sloeg alarm, weer was Hellebrand degene die als eerste ter plekke was. 

Deze liet meteen een CT-scan maken. Die uitwees dat de patiënt in levensgevaar was en meteen vervoerd moest worden naar een hartcentrum. De diagnose was gesteld en elke minuut telde, maar toch meende Penn - inmiddels ook gearriveerd - nog een echo te moeten maken, om de CT-scan te ''bevestigen''. De hele week had hij er juist geen gemaakt.

Dhr. A. werd na de echo met zwaailichten en sirene aan naar het Catharinaziekenhuis in Eindhoven vervoerd, alwaar hij een spoedoperatie onderging. Er volgden nog drie operaties maar hij overleed uiteindelijk op 11 augustus 2000. De medische schade was onherstelbaar.

Tuchtcollege
De familie diende een klacht in tegen Penn bij het Medisch Tuchtcollege. Op 2 januari 2001 schreef hij zijn verweer op deze klacht: ''geen zieke indruk, geen verzoek, geen noodzaak, niet verplicht, ik hoef niet, geen reden, vind ik niet, blijkt uit niets, geen nieuw infarct, weer naar gewone afdeling''.

Een ECG-analyse kon hij niet produceren. Zijn diagnose in dit verweer was ''niet ernstig onderwandinfarct'', maar dat werd onmiddellijk ontkracht door een aantal gerenommeerde cardiologen die door de familie werden gevraagd voor een second-opinion.

Zij maakten wèl een ECG-analyse en kwamen meteen tot de conclusie groot infarct, zonder de patiënt ooit gezien te hebben. Het infarct breidde zich dinsdagnacht uit. Dat was het moment dat de longarts de heer A. moest terugbrengen naar de Intensive Care. 

Woensdagochtend 12/7 kwam PENN op zijn werk, nam kennis van de diagnose van de longarts maar zei geen woord tegen de patiënt en familie. Net zoals hij diezelfde dag de diagnose cardiomegalie van de radioloog verzweeg, evenals het vermoeden van de levensbedreigende aandoening aorta-dissectie.

Verpleegkundige rapportage, woensdag 12/7

De röntgenfoto toonde cardiomegalie, een vergroot hart, wat betekent dat het slecht ging met de patiënt. Maar doordat de heer A. al bijna niet meer kon inademen - ''zeer ondiepe inspiratie'' - moest de foto nogmaals worden genomen. Radioloog Veekmans meldde de cardioloog Penn dat er geen wijzingen waren met de eerste foto en bevestigde de diagnose cardiomegalie. 

Moedwillig keerde Penn de diagnose van Veekmans om en veranderde een slecht beeld in een goed beeld. HERHAALD NORMAAL! schreef hij met dikke letters over die tweede röntgenfoto. 

Toen Penn vrijdagochtend rond half elf opgetrommeld werd en hij zijn patiënt aantrof in bijzijn van de familie, moest hij wel iets doen. De CT-scan was gemaakt, Hellebrand was inmiddels weer vertrokken en de patiënt was klaar voor het vervoer naar Eindhoven. Penn hield het spoedvervoer tegen om alsnog een echo te laten maken. Op het ontslagformulier staat vermeld ''harttamponade''.

Aan Eindhoven werd aorta-dissectie doorgegeven, datgene wat hij woensdag noteerde, maar waarop niet gehandeld werd. 

Ontslagformulier St. JansGasthuis

Anamnese-formulier Catharina ziekenhuis

Penn ondertekende die week trouwens nog niet één document, waardoor de suggestie zou kunnen ontstaan dat dr. Chin de heer A. behandelde. Chin's naam staat namelijk via het ponsplaatje bovenaan de formulieren afgedrukt. Chin was inderdaad de reguliere dokter van de heer A., maar hij was die week op vakantie. 

Cardioloog Penn informeerde zijn collega Chin nooit over wat er die week gebeurd was, zelfs niet over de - naar zijn eigen woorden - ''zeer zeldzame'' aandoening sub-acute tamponade. Dit werd duidelijk in een gesprek dat de familie met Chin had op 4 september 2000. Toen pas zag Chin het dossier voor het eerst. Hij bevestigde dat de heer A. een groot infarct kreeg.

De belangrijkste informatie uit dit gesprek was dat de cardiologen hier met een grote boog om elkaar heen lopen. Wèl zitten ze samen aan de bar van de Business Club Weert, waar de Maatschap Cardiologie een lidmaatschap heeft. Maar als er een gezamenlijk oordeel moet worden gevormd over een moeilijk medisch geval wordt het commentaar en de potentiële kritiek op elkaar strak in de binnenzak gehouden.

In de brief aan de huisarts introduceerde Penn het woordje we: ''zonder dat we dit konden verklaren.'', waarmee hij impliceert dat hij samen met een collega de beslissingen had genomen. Niets is minder waar. Collega Hellebrand – degene naar wie het woordje we verwijst – kwam inderdaad ’s nachts zijn bed uit om de patiënt met zware klachten naar de IC terug te brengen. Maar Penn sloeg zijn advies woensdagmorgen volledig in de wind.

De exacte woorden van Hellebrand (decursus 12 juli 06.10) waren: ''Weer beginnende elevatie in onderwand''. In zijn verweer draaide Penn deze diagnose naar: ''mogelijk enige toename ECG-afwijkingen''. Tussen haakjes: ''vind ik niet''.

MediRisk
De cardioloog stuurde een kopie van zijn verweer naar de directie. Directeur S. vond het verhaaltje wel plausibel klinken en stuurde het door naar verzekeraar MediRisk, om het ook in de aansprakelijkheidsprocedure als verweer te gebruiken. MediRisk schreef het verhaal letterlijk over, inclusief de foute diagnose ''niet ernstig onderwandinfarct''.

De ECG's zijn nooit bekeken. De rest van het dossier ook niet, anders had de medisch adviseur kunnen constateren dat het tijdstip van binnenkomst op 9 juli vlak vóór middernacht was en niet 0:36 uur op 10 juli, zoals de cardioloog opschreef in zijn verweer. Volgens het cardiologische gouden uur van het hartinfarct moet zeer snel gehandeld worden, maar de cardioloog belde en faxte naar eigen zeggen pas na een uur met het ziekenhuis, om 00:50 uur.

De patiënt lag een uur op de spoedeisende hulp. Trombolyse werd pas na anderhalf uur gestart. Veel te laat. Cardioloog Penn beweerde over en weer gefaxt te hebben, maar deze fax is nooit boven water gekomen. De eindconclusie was volgens de cardioloog ''sub-acute tamponade'', een term die niet bestaat in de cardiologie. Toch kwam deze medisch adviseur tot de conclusie dat Penn ''in alle opzichten zorgvuldig'' had gehandeld.

Dr. van Langeveld, Den Bosch

Zonder enige vorm van objectief onderzoek werd de aansprakelijkheid afgewezen. Dit kon niet serieus genomen worden. De correspondentie werd verbroken. Tevens werd deze website aangekondigd.

De familie wist de hand te leggen op een memo van Medirisk aan de directie van het st. Jans: ''van de familie A. zijn we nog niet af. Licht u dr. Penn in?''. Nieuw beleid werd geformuleerd. Van de familie A. af zien te komen. 

Het Medisch Dossier
Omdat de familie zich langzaam realiseerde dat ze zelf op onderzoek uit moest, werd bij de klachtencommissie van het ziekenhuis een verzoek gedaan om het complete medisch dossier. Een gedeelte was al afgegeven bij de raadsman, overduidelijk incompleet. Het verzoek werd ingewilligd, inclusief toestemming voor inzage in het originele dossier. Maar al na één brief nam de directie de correspondentie met de familie over.

De directie bepaalde zelf welke dossierstukken zij ''relevant'' vond om aan de familie te overhandigen. Aangezien de directeur zelf geen arts is, gaf hij Penn de lijst en liet hem een selectie maken. Maar nadat de stukken waren overhandigd bleek er nog steeds een aantal formulieren te ontbreken, waaronder de vermeende fax.

Opmerkelijker was dat de familie documenten kreeg waarin geknoeid was met inkt, plakband en typex. Een aantal röntgenfoto's was afgeplakt zodat de naam en het tijdstip niet zichtbaar zijn. Die foto's kunnen dus van elke willekeurige persoon zijn.

Op de decursus van Penn is duidelijk te zien dat tekst is tussengevoegd. Wanneer is dat gebeurd?  Op het formulier klinische patiëntenzorg werd bij het vakje ''schema cardioloog'' informatie weggeveegd met typex. 

Wanneer is het ontslagformulier ingevuld? De lablijst is een computerprint waar donderdag 13 juli is weggelaten. De aanvrager van dit formulier is: ''specialist St Jan onbekend''.

Meer vragen dan antwoorden
Zo werd de familie gedwongen de rechter in te schakelen. Hoe kunnen nabestaanden immers ooit een aansprakelijkheidsprocedure beginnen als zij niet het volledige dossier ter beschikking hebben? Met aansprakelijkheid wordt niet bedoeld het eisen van een schadevergoeding, maar letterlijk het aanspreken van de persoon die verantwoordelijk is voor het handelen van deze arts. 

Het kort geding diende op 18 feb. 2002 in Roermond. Op de zitting vertelde de directeur dat de gevraagde documenten ''simpelweg niet bestonden''. Maar hij was even vergeten dat hij de familie al een aantal formulieren had gegeven die onomstotelijk aantoonden dat het dossier groter moést zijn.

De telemetrie formulieren lieten zien dat er op 10 juli om 20:58 uur en op 12 juli om 4:24 uur een ECG gemaakt was. Op de vraag van een journalist wat er nu precies aan hand was, antwoorde hij dat het ook zou kunnen zijn dat er documenten ''zoek'' zijn geraakt.

Het Hof
De kort-geding rechter oordeelde niet en stuurde de zaak door naar het Gerechtshof in den Bosch. Nog tijdens de procedure gingen Penn en S. aan de haal met juist dié documenten waar de familie om vroeg. Zij stuurden de labgegevens en klinische gegevens naar Prof. Dr. Crijns in het AZM. 

Professor Crijns had voor de familie een ECG-analyse gemaakt, maar directeur S. en cardioloog Penn wilden hem op andere  gedachten brengen. Prof. Crijns bleef bij zijn ECG-analyse en gaf zelfs nog een aanvulling. Ook Dr. Remkes werd onder druk gezet om zijn second-opinion te herzien. Werd op zijn privé-adres benaderd, maar ook hij bleef bij zijn standpunt.

Prof. Crijns

Hoe de directie zich opstelde, bleek al toen de oudste dochter van de heer A. na 18 jaar trouwe dienst uit het st. Jans werd verbannen. Niet letterlijk, maar ze werd ''aan haar lot overgelaten'', zo sprak rechter Brouns tijdens de ontbindingsprocedure van het arbeidscontract, dat Carla gedwongen werd aan te vragen door de vijandigheid van haar werkgever.

Geīllustreerd door het feit dat S. iemand naar de centrale sterilisatie had gestuurd om bij Carla's collega's wat te spitten in haar persoonlijke leven. In hoogsteigen persoon was hij naar die ontbindingsprocedure gekomen om de resultaten van zijn privé-detective toe te lichten, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. 

Nog voor zijn aantreden lag S. in het vizier van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg. De manier waarop directeur Galesloot werd weggewerkt, leverde het ziekenhuis een officiële berisping op. Na een conflict met Galesloot maakte S. als lid van het bestuur openbaar dat zij ontslagen was. Wat helemaal niet waar was, maar nu kon zij niet anders meer dan terugtreden. Daarna dook S. op haar positie als ad interim directeur, maar hij beloofde niet te solliciteren naar de functie van directeur. Belofte werd gebroken en hij zit alweer geruime tijd op de plek van directeur

"We hebben tien procent meer productie gedraaid" sprak S. vol trots op Weert TV over de prestaties van zijn ziekenhuis. In één adem vergeleek deze registeraccountant het beter maken van mensen met het draaien van productie. Dan is het ook niet zo vreemd dat het st.JansGasthuis als slechtste ziekenhuis van Nederland uit de bus komt.

Het probleem is dat er in Weert te veel productie gedraaid wordt met verouderde behandelmethodes. Patiënten met een acuut infarct krijgen alleen maar medicijnen, volgens het trombolyse-protocol, terwijl ze eigenlijk meteen naar een hartinterventie-centrum doorgestuurd moeten worden. Daar wordt de patiënt gedotterd. Dit is de beste en veiligste behandelingsmethode, die ook al in 2000 wereldwijd werd gevolgd.

Er is dan wel een catheterisatiekamer in het st.JansGasthuis, maar geen expertise om te dotteren. Ook is er een operatiekamer, maar geen expertise voor cardiologische noodingrepen. Feitelijk is dit ziekenhuis niet meer dan een veredelde huisartsenpost voor acute infarctpatiënten. 

De verouderde behandelmethode met alleen medicijnen vergroot de kans op complicaties. Bij een groot infarct is die kans nóg groter. Er is immers geen hartchirurg aanwezig die een spoedoperatie kan verrichten. Eigenlijk zouden dus alle acute hartinfarctpatiënten doorgestuurd moeten worden naar hartinterventie-centra. De directie kiest er voor om de bedden van het st.Jans te vullen en zo het benodigde productie-quotum te behouden.

Als op deze manier de patiënt in het donker wordt gehouden en niet ingelicht wordt over die betere behandelmethode, betekent dit een schending van het patiëntenrecht. Ieder weldenkend mens zou natuurlijk kiezen voor die levensreddende dotterprocedure, die bovendien de levensverwachting aanzienlijk verlengt.

WGBO

De rechter van het Gerechtshof in Den Bosch sprak op 12 dec 2002 uiteindelijk dat de familie ''voldoende heeft gesteld op welke gronden de Stichting in gebreke bleef'', maar tegelijkertijd sprak de rechter dat er volgens de wet WGBO een ondertekende verklaring had moeten zijn van de overleden patiënt die het dossier aan de nabestaanden overdraagt.

Het ziekenhuis heeft de patiënt echter nooit gevraagd een dergelijke verklaring te ondertekenen. Dus toen de heer A. nog leefde had het ziekenhuis de positie om de patiënt en de familie te onthouden van alle belangrijke informatie en toen de patiënt dood was kon het ziekenhuis makkelijk zeggen: ‘we hoeven jullie niks te geven, dat staat in de wet’. 

december 2002 Vijf artsen van het medisch tuchtcollege hebben een rechtszaal afgehuurd in het Paleis van Justitie in Den Haag. Ze nemen plaats op de stoelen waar normaal de rechters zitten; oordeel vellen over cardioloog Penn. Waarom er bij de 'rechters' geen cardioloog zit? "Niet nodig" zegt de voorzitter. Dan ook niet nodig om nog één seconde langer te blijven en de familie Aquarius vertrekt nog voor de zitting begint. Penn wordt vrijgesproken.

Conclusie
De familie kreeg 9 juli van stagiair Collignon twee woorden informatie te horen: licht infarct. Toen mevr. A. en de jongste dochter in de opname-nacht tot twee keer toe vroegen om de cardioloog aan het bed van de heer A., zei diezelfde stagiair dat dit niet mogelijk was.

De rest van de week gaf de dokter niet thuis. Pas maanden later kreeg de familie beschikking over al deze belangrijke informatie. Had de familie dit toen geweten dan had ze ''samen met de patiënt een weloverwogen beslissing'' (WGBO) kunnen nemen om de zorg in een ander ziekenhuis voort te zetten.

De WGBO heeft de heer A. niet kunnen beschermen. De enige die profiteerde van de WGBO was de directeur. Het beroepsgeheim, dat de privacy van de patiënt moet garanderen, werd omgedraaid om geheimhouding voor het ziekenhuis te garanderen.

Een juridisch apparaat was in gang gezet, waarbij directeur S. de contacten regelde; met Penn, advocaat Wissmann van Medirisk, advocaat Taminiau van AKD, advocaat Vogels van Adelmeijer Hoyng-advocaten en advocaat Greijdanus van DAS-advocaten. De directeur faxte er medische documenten op los alsof het een lieve lust was.

De directeur beweerde op 20 februari 2002 voor WTV glashard dat er ''niets aan de hand'' is en dat dit ''een nette organisatie is die alles volgens de regeltjes doet''. Een dag eerder vertelde hij de edelachtbare rechter Schricks nog dat ''de documenten simpelweg niet bestaan''. Dat ze bestaan hebben moge duidelijk zijn, dat ze belangrijk waren is een feit. De directeur was niet voor niets ''zeer opgelucht'' toen hij vernam dat hij ze binnen mocht houden.

Er was hier een arts aan het werk die de regeltjes aan zijn laars lapte. Niet alleen passiviteit was kenmerkend in zijn handelen, bij de afwezigheid van protocollen maakte hij zijn eigen regels. Hij werkte alleen, had vrijwel geen contact met zijn collega's en hield dus ook geen artsenbesprekingen. Hij bepaalde zelf wanneer hij kwam opdagen, hij bepaalde zelf wanneer hij vertrok: ''Niet de patiënt bepaalt of de specialist moet komen, maar de specialist zelf bepaalt dit. Ik ben niet verplicht om voor ieder infarct te komen.''

Maar de ware aard van deze cardioloog kreeg de familie te zien toen Penn lucht kreeg van een mogelijke klacht tegen hem. Hij belde Carla op om te vragen of ''we dit samen niet konden oplossen''. Zij was geïntimideerd dat hij haar thuis belde, maar bleef kalm en sloeg zijn 'aanbod' beleefd af. Zij vertelde hem dat ze dit liever volgens de formele weg wilden doen.

Penn ontplofte, belde nogmaals, maar toen hij bij de dochter geen gehoor meer kreeg, begon hij de echtgenote van de heer A. te bellen. Daarna probeerde hij nog meermaals contact te krijgen met de familie via de huisarts. De arts die in de week van 10 t/m 14 juli weigerde één woord tegen de familie te spreken, was nu wel erg gebrand op een gesprek. Dit contrast is te groot.

Vader A. gaf die week tientallen keren zijn klachten aan maar daar was de dokter niet van gediend. Dit ondervond ook mevrouw van der Schoot uit Molenbeersel. Zij liep complicaties op onder Penn, lag dertien weken in het ziekenhuis. Vroeg ook om uitleg. En ook hier moest een andere arts ingrijpen. In plaats van excuses kreeg ze een brief van Penn dat ze niet meer gewenst was in het st. Jans en dat ze zich een ander ziekenhuis kon gaan zoeken. 

Inmiddels staat Penn in Weert op ''non-actief''. Hij ging met 55 met pensioen. Een opmerkzame journalist van Dagblad de Limburger beschreef de cardioloog bij zijn afscheidsinterview als volgt: ''De blik is streng, de stem emotieloos. Beleefdheid hoort bij zijn vak. Net als het voortdurend alert zijn op kritiek.''

Volgens de laatste berichten is Penn weer aan de slag als ''free-lance cardioloog''. Eerst bij het Maxima Medisch Centrum lokatie Eindhoven. Daar is hij vertrokken en ging aan de slag in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem, maar volgens de laatste berichten is hij ook daar weer weg.

Nadat cardioloog prof. Kingma, Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg het dossier onder ogen kreeg, werd besloten tot een inspectie in het st.JansGasthuis. Die vond plaats op 5 december 2002. De familie werd door regionaal inspecteur Aussems op de hoogte gebracht van een tweede inspectie, nu specifiek bij de afdeling cardiologie.

Inmiddels worden acute-hartpatiënten meteen doorgestuurd naar hartcentra. In 2001 werd een nieuw hartecho-apparaat in gebruik genomen, er werd een nieuwe hartfalenpoli geopend en in juli 2003 kondigde de directeur aan op WTV dat de gecompliceerde behandelingen eigenlijk niet thuishoren in het st.Jans en voortaan worden overgedragen aan het AZM in Maastricht.

Het St.Jans werkt simpelweg met te beperkte budgetten voor topklinische zorg. Daar werd de heer A. slachtoffer van. De wet is hier zeer duidelijk over: "als te krappe budgettering tot gevolg heeft dat er van de professionele standaard moet worden afgeweken, dan dient de patiënt conform de WGBO hierover te worden ingelicht en dient er te worden gezocht naar kwalitatief betere alternatieven, zo nodig elders".

''Indien de aan te bieden zorg door te krappe budgetfinanciering niet langer als doeltreffend, doelmatig en afgestemd op de reële behoeften van de patiënt kan worden bestempeld, dan voldoet de zorginstelling niet aan de verplichtingen die de Kwaliteitswet Zorginstellingen stelt en kan deze aansprakelijk worden gesteld".




Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen